Tintamarre
Door Will Johnson
Richard Burton noteerde in zijn dagboek op 2 december 1856: ‘Of the gladdest moments in human life, methinks, is the departure upon a distant journey into unknown lands. Shaking off with one mighty effort the fetters of Habit, the leaden weight of Routine, the cloak of many cares and the slavery of Home, man feels once more Happy. The blood flows with the fast circulation of childhood….Afresh dawns the morn of life…
Even a journey closer to home can cause the “blood to flow with the fast circulation of childhood.”
Een van de sterkste punten van Sint Maarten buiten alle zaken, die ze al biedt, waardoor toeristen er voor kiezen haar kusten met een bezoek te vereren, is het feit dat er veel eilanden en zogenaamde interessante keys in de buurt zijn. Mensen, die naar Sint Maarten komen voor een week vakantie kunnen met de boot of het vliegtuig verschillende excursies naar deze eilanden maken.
Een eiland dichtbij Sint Maarten, dat ik bijzonder leuk vind, is het eiland ‘Tintamarre’, of zoals het lokaal heet ‘Flat Island’. Een beroemd strand op Tintamarre wordt ‘besmette branding’(tainted surf) genoemd, omdat het zand roze van kleur is, waarvan Bermuda er meerdere heeft.
Roze zandstrand op Tintamarre
Tintamarre is nu weliswaar onbewoond, maar het heeft een interessant geschiedenis. In 1764 werd Tintamarre door Franse ridder Fenelon, die kapitein was van het fregat La Folle, veroverd op de Britten. Tot dat moment was het eiland eigendom van Sir Robert (of Ralph) Payne, Baronet . Daarvoor was het door Markies de Champigny, Governeur van de British Windward Islands in concessie gegeven aan een Fransman genaamd Allaire, die getrouwd was met een vrouw van het eiland Sint Christopher (nu St. Kitts red.). Hij woonde een tijd op Tintamarre, waar hij leisteen delfde. Hij werd vermoord door zijn slaven, maar zijn lichaam werd teruggehaald en begraven in de wijk Quartier d’Orleans (French Quarter op het Franse deel van Sint Maarten).
De vrouw van Allaire, die ten tijde van de moord op St. Christopher woonde, verkocht de concessie aan Baronet Payne, die op Tintamarre ging wonen en daar een huis met een cisterne liet bouwen.
Robert Payne ging, nadat hij Gouverneur van de British Leeward Islands werd, terug naar Engeland, maar gaf zijn aanspraak Tintamarre nooit op. M. Descoudrelles, commandant en historicus van Saint Martin was van mening, dat Tintamarre formeel eigendom, van de Payne familie was. August Descoudrelles was gouverneur van St. Martin en St. Barths van 1763 tot 1785. In een brief van oktober 1764 beschrijft hij Tintamarre als volgt:
“Situated to the East of the Orleans Quarter of St. Martin at a distance of approximately three quarters of a league it could be about two and a half leagues around; there is still woodland on this island and the land is very clean to take the air and also for cotton plants. The coastline of this island is the most abundant in fish in the surrounding area, and you can also find there many masonry stones and stones out of which lime can be made.”
Diederick Crestiaan van Romondt, vernoemd naar zijn grootvader, de eerste van Romondt die uit Holland kwam en die gouverneur van Sint Maarten (NL) was, erfde het eiland van zijn grootvader en woonde op Tintamarre. Hij is degene, wiens landgoed Mary’s Fancy op het Nederlandse deel van Sint Maarten later in het bezit kwam, van Mr. Ronald Webster, de nu legendarische man, die het eiland Anguilla wegdreef van St. Kitts and Nevis, terug in de armen van ‘Mother England’.
Ik heb ergens in mijn collectie een originele brief, gedateerd 29 mei 1914, die als volgt luidt:
“To the Government Ontvanger
Philipsburg
Sir,
I protest paying Gebruiksbelasting as I have been absent from St. Martin N.P. for twenty one month’s viz. from August 1912 to May 1914 and the furniture that was left in my home was put away securely.
I again give notice that I do not live in St. Martin N.P. my residence being at Isle Tintamarre since 1907 and I now inform you that I am only on a visit to St. Martin N.P. and will again within the next month be returning to my place of residence at Isle Tintamarre. Any furniture that I may possess will again be put away securely.
Yours Truly,
D.C. van Romondt
T.E. Lawrence schreef in zijn Seven Pillars of Wisdom:” All men dream, but not equally. Those who dream by night in the dusty recesses of their minds wake in the day to find that it was vanity; but the dreamers of the day are dangerous men, for they may act their dreams with open eyes to make them possible.” Mr. “DeeCee” (Diederick Crestiaan van Romondt red.) moet een dromer van het tweede soort zijn geweest, want tussen 1902 en 1932 verliet hij zijn prachtige landgoed Mary’s Fancy en ging wonen op Tintamarre. Daar had hij een aantal Anguillanen in dienst en verbouwde Sea Island cotton. Op het eiland waren ook zestig tot zeventig stuks vee en ongeveer 540 schapen, Mr. DeeCee ging door met het ontwikkelen van zijn kleine eiland door maken van kaas en boter toe te voegen aan de bestaande activiteiten. Deze zogenaamde Tintamarre Butter had al snel een wijdverspreide reputatie in de West Indies.
Een Franse journalist bezocht Tintamarre en schreef een geromantiseerd verhaal over het leven op het kleine eiland voor een krant in Frankrijk Hij noemde Van Romondt de Koning van Tintamarre (Journal de Paris, 23 augustus 1913 met de titel LE ROI DE TINTAMARRE)
Mr. “DeeCee” ontving vele brieven van jonge prinsessen uit Europa, die op zoek waren naar een tropische huwelijkskandidaat. Maar helaas, als zoveel Europese mannen in de tropen was hij al gevallen voor de charmes van al weer een ‘big beautiful black woman from St. Kitts’, genaamd Miss Josie (met wie hij overigens niet trouwde, red). Met haar tante onderhield hij al jaren een seksuele relatie.
Tintamarre werd in 1931 verkocht aan Mr. Louis Constant Fleming, de burgemeester van Frans Saint Martin. Het was met zijn toestemming, dat gedurende de Tweede Wereldoorlog een landingsbaan op Tintamarre werd gebruikt door mijn vriend Mr. Remy de Haenen, die later de burgemeester werd op St. Barths. Na de oorlog bouwde hij het Eden Rock hotel op St. Barths. Het gerucht ging dat hij het soldij van de H.M.S Proselyte , een Brits oorlogsschip, had gevonden en waar de zandbank voor de haven van Great Bay naar is vernoemd.
Remy de Haenen in zijn Sikorsky S-41 vliegboot.
Ik heb een kopie van de rechtszitting gehouden in Martinique in 1802 na het zinken van H.M.S. Proselyte en daar wordt duidelijk vermeld, dat niet alleen de soldij, maar alle voorraden gered waren, voordat ze uiteindelijk zonk. Die zandbank heette overigens al ‘man-of-war’ zandbank, voordat het H.M.S. Proselyte als tweede slachtoffer claimde.
De inmiddels overleden Wallace B. Peterson vertelde me eens, dat de zandbank haar naam kreeg, toen een beruchte Sabaanse piraat, genaamd Hiram Beakes, met zijn veel kleinere en minder diep stekende piratenschip een man-of-war op de zandbank lokte, toen die hem achterna zat.
Maar terug naar De Haenen’s “flying club” opererend vanaf Tintamarre. Mij is verteld door ouderen op Sint Maarten, dat hij van daar Duitse U-boten bevoorraadde met vlees en groenten. De Duitse onderzeeboten betaalden met gouden baren, die ze voor noodgevallen bij zich hadden. De Haenen wist ondanks, dat vlees schaars was, de Duitsers te voorzien van ezelvlees en alles, wat hij verder te pakken kon krijgen. Het verhaal over de soldij van de H.M.S. Proselyte werd bewust verspreid om te verhullen, dat het geld in werkelijkheid was verdiend met het bevoorraden van de Duitse Kriegsmarine. Er zijn daarnaast verhalen, dat Duitse onderzeeboten vlak voor de stranden van Tintamarre op de bodem lagen om hun accu’s op te laden, terwijl de bemanning op het strand ontspanden.
Bewoners van Saba werden gedurende de Eerste Wereldoorlog voor Winston Churchill beschuldigd van dezelfde activiteiten, die De Haenen pleegde. Een Guyaanse krant wees op voorspraak van Churchill Sabaanse schoeners aan als de voornaamste leveranciers van voorraden voor Duitser onderzeeboten. Mr. Elias Richardson vertelde me dat in de jaren dertig Graaf von Luckner Saba bezocht om Sabaanse kapiteins te bedanken voor het met voedsel bevoorraden van zijn onderzeeboot tijdens de oorlog. Ik kreeg laten een gesigneerde foto van Graaf von Luckner in handen met een bericht voor de Sabaanse kapiteins, dus hij was daadwerkelijk op Saba geweest.
Gedurende het bestaan Mr. de Haenen’s vliegtuigmaatschappij leefden er twintig mensen op het eiland, dat pas vanaf 1945 officieel door De Haenen werd gehuurd van burgemeester Constant Fleming. De vliegtuigen, die hij gebruikte op de ongeplaveide landingsbaan waren een CAA Stinson, een Sikorsky S-41 vliegboot en een Stinson Detroiter. In 1947 werd de luchtvaartmaatschappij getroffen rampspoed door niet minder dan drie ongelukken met dodelijke afloop. Op 22 maart tijdens een nachtvlucht stortte een vliegtuig neer bij het opstijgen, waarbij de piloot overleed. Op 22 mei 1947 stortte de Stinson Detroiter in zee tussen Tintamarre en St. Barths, twee mensen kwamen om. Op 9 juni 1947 wederom tijdens een nachtvlucht was er bij het opstijgen een crash en drie mensen kwamen om. De orkaan van 1 september 1950 was de nekslag voor de luchtvaartactiviteiten van Tintamarre.
Ik bezocht Tintamarre verscheidene malen. Ik herinner me vooral twee bezoeken Eenmaal ging ik met ‘Honey Boy’ Williams, zijn broer Walter ‘Plantz’ Williams en Bobby Velasquez, op Bobby zijn nieuwe boot om een weekend te vissen. Een andere keer was met Evans Deher en zijn zoon Lulu om een propeller van een vliegtuig, dat in de tijd van De Haenen was neergestort, op te halen.
Wat een idyllische plek moet Tintamarre geweest zijn toen Mr. DeeCee daar leefde met zijn meerdere vrouwen. Ik sliep eens op de veranda van zijn oude huis, dat er nog steeds stond in de jaren vijftig Ik kon niet slapen op de kleine boot en omdat ik niet bang was, sliep ik vrij goed. Ik droomde niet van lange reizen, maar van de koning van Tintamarre, van de baronet en van alle ander dromers, die hier geslapen hadden. In mijn dromen kwam ik Mr. DeeCee tegen en hij gaf me goed advies. Mr DeeCee was een hoog opgeleid man. Ik heb in mijn collectie verscheidene exemplaren van manuscripten, die hij in het Engels en Frans schreef over de vroege geschiedenis van Sint Maarten en Saint Martin. Tintamarre moet geweldig zijn geweest om te mediteren en te schrijven. Geen auto’s, geen vliegtuigen, geen rasta boxes. Geen moderne afleidingen, die zo gevaarlijk zijn voor potentiële grote schrijvers. Mr. DeeCee had tussen zijn vrienden de leraar en schrijver Steve Kruythoff
We leven in tijd van grote historische en maatschappelijke veranderingen. Dit zijn het soort tijden waarin grote literaire werken worden geproduceerd. Mark Twain ontwierp meer dan honderd jaar geleden de voorpagina van een krant om te illustreren, dat des te meer dingen veranderen, des te meer ze ook hetzelfde blijven. De hoofdartikelen gingen over revolutie in Zuid-Amerika, criminaliteit in de stad en de overheid, die verzekerde, dat de economie geweldig ging, terwijl de aandelenmarkten op het punt stonden te crashen.
Het is goed dat wij dromers van het heden plekken als Tintamarre hebben om ons terug te brengen naar het verleden, toen lezen wat meer ontspannen was, toen het nieuws van de wereld ver verwijderd was van het dagelijks leven op deze eilanden.
Mister DeeCee leefde maar liefst dertig jaar op Tintamarre, waar hij zorgde voor zijn landgoed en doorgaans in harmonie met zijn werknemers, wie op neer pendelden tussen Quartier D’Orleans en Anguilla. Bezoekers waren onder meer de Gouverneur Generaal van Curacao, en ander nieuwsgierige mensen, die hem wilden leren kennen.
In 1932 keerde hij terug naar zijn landgoed Mary’s Fancy in de vallei van Cul-de-sac. Mr. Aubrey Cannegieter, zijn neef, vertelde me vele verhalen over Mister DeeCee. Zo had Mr. DeeCee de intentie om het landgoed Mary’s Fancy na te laten aan zijn nicht Nora Rodenhuis, die op een andere landgoed tegenover Mary’s Fancy woonde. Op een zondag kwamen haar kinderen op bezoek om hun oudoom te bezoeken. Zij vertelden hun moeder dat Mister DeeCee zijn maîtresse Miss Josie bij hen aan tafel liet zitten tijdens de lunch. Nora Rodenhuis schreef een woedende brief aan haar oom over hoe hij het wel niet in zijn hoofd haalde om haar kinderen aan dezelfde tafel te laten zitten als zijn zwarte maîtresse. Toen Mr Cannegieter hem de volgende bezocht, vroeg hij of hij de notaris langs wilde sturen, omdat hij zijn testamant wilde veranderen. Het gevolg was, dat hij het landgoed van 200 hectare naliet aan Miss Josie, die het op haar beurt na liet aan Mr. Ronald Webster, die op zeker moment voor haar op het landgoed werkte. Hij werd later de revolutionaire leider van Anguilla en deelde het landgoed op en gebruikte de opbrengst om de succesvolle revolutie op Anguilla te financieren.
Toen Mr. D.C. van Romondt stierf op 16 april 1948 was hij de laatst met de naam Van Romondt, die meer dan 100 jaar het grootste deel van het eiland Sint Maarten in bezit hadden gehad en die het commerciële en politieke leven op Sint Maarten gedomineerd hadden. In 1931 had hij Tintamarre als verkocht aan Mr. Louis Constant Fleming en het grootste deel van de overige bezitting van de familie Van Romondt kwam in handen van Mr. Cyrus Wilberforce Wathey, soms in gedeeld eigendom met Mr. Fleming. Zij werden de nieuwe macht op het eiland na de teloorgang van de Van Romondt familie.
Will Johnson (1941) was gedurende bijna veertig jaar Senator en Gouverneur op Saba. Hij heeft verscheidene boeken, o.a. The Diary of a Sint Maarten Salt Checker , Tales form my Grandmother’s pipe, op zijn naam staan. Hij schrijf zijn eigen blog op de The Saba Islander (www.thesabaislander.com), waar bovenstaande tekst eerder verscheen.
Het artikel van Tintemarre werd gekozen, omdat het een mooie combinatie is met het stuk, dat Boudewijn Büch schreef over Tintamarre en dat verscheen in Het ijspaleis.